Verdwenen (cement)rustieke follies en andere opmerkelijke bouwsels in België

Auteur: Anton Nuijten

Op de grote dodenakker van follies zijn vele prachtige tuinsieraden en aanverwante uitzonderlijke architectuur te vinden. Het zijn verloren gegane bouwwerken, verzonken in anonimiteit. Toch verdienen zij absoluut een grafschrift, als eerbetoon en ter identificatie. Zo kunnen we een beter zicht krijgen op het geheel aan follies in binnen- en buitenland, in heden en verleden. Deze keer gaat alle aandacht uit naar verloren gegane Belgische follies.

‘s Gravenwezel

Interieur kunstgrot, Hotel de la Grotte, (Antwerpen-Be, 's Gravenwezel)

‘s Gravenwezel, interieur van Hotel de la Grotte

Wie had er niet graag bij willen zijn… als Donderberger althans. Op een ansichtkaart uit het begin van de twintigste eeuw staan bedienend of huishoudelijk personeel en mogelijk enkele klanten of de eigenaar met zijn gezin, nogal stijfjes poserend voor de camera, in een zaal die is aangekleed als een grot. Dikke cementrustieke pilaren ondersteunen het dak; aan de zijkant voert een trap omhoog, afgezet met een kronkelige leuning van faux-bois, imitatiehout. Ik had graag in deze uitspanning vertoefd, in de schaduw van de kunstgrot, op een lome, zonnige dag, uitrustend van een lange wandeling, onder het genot van een straffe pint.
De ‘grot’ was onderdeel van een hotel dat rond 1900 werd gebouwd te ‘s Gravenwezel, een deelgemeente van Schilde, op nog geen twintig kilometer afstand van Antwerpen. Het rustige plaatsje werd toentertijd wel parel der Voorkempen genoemd. André Edmond Paul (of Pool), een ondernemende, Franstalige man vatte het idee op om hier, aan de Wyneghemse Steenweg, een hotel te bouwen. Hij rekende op de komst van toeristen, waaronder dagjesmensen uit het nabijgelegen Antwerpen. Paul was van beroep opzichter van de bouwwerken van het fort van ‘s Gravenwezel (onderdeel van de stelling Antwerpen). Hij was in 1882 geboren te Rochefort en getrouwd met Leonia Delhaye, afkomstig uit Marche. Blijkbaar wilde Paul eens wat anders. Als bijkomende attractie bouwde hij aan één zijde van het hotel enkele artificiële grotten. Boven op het grottencomplex bevond zich een bordes, afgezet met een cementrustieke balustrade. Toepasselijk kreeg het etablissement de naam Hotel de la Grotte en in 1906 vond de officiële opening plaats. Voor het vermaak van zijn klanten liet de eigenaar onder andere een huisorkest optreden. Aan de gevel bevestigde hij reclameborden met teksten als: Fournitures pour pick-nick en Essence pour auto. Jammer genoeg verpestte de Eerste Wereldoorlog ook hier alle plezier. Na de oorlog bleef het hotel gesloten. Het gebouw werd toen gebruikt door meerdere verenigingen. Meest succesvol was de toneelvereniging, die kluchten opvoerde. In de pauzes werd de plaatselijk fanfare ingezet, die ook in het voormalige hotel repeteerde. Het gebouw verouderde. Een beenhouwer was er nog een tijd gevestigd, maar uiteindelijk viel het doek in 1966; toen kwam er een benzinestation voor in de plaats.
Het is niet bekend wie de kunstgrotten van Hotel de la Grotte heeft ontworpen en/of gebouwd. Mogelijk was het de eigenaar zelf, met zijn beroep als opzichter van bouwwerken niet ondenkbaar,  of wist hij iemand in zijn kennissenkring die een dergelijke constructie kon bouwen. Bovendien waren er aan het eind van de negentiende, begin twintigste eeuw diverse werkplaatsen van rotseerders in Vlaanderen die graag zo’n grot hadden gebouwd. Voor België lijkt de combinatie hotel-kunstgrot vrij uniek; in Frankrijk kwam het vaker voor, zoals bijvoorbeeld bij het Casino van Enghien, nabij Parijs, met een enorme kunstgrot, waar op terrassen of binnenin werd gegeten en gedronken. In Brussel was er, vergelijkbaar met het Hotel de la Grotte, nog la plus belle grotte de la Belgique (12 Rue de la Putterie).Volgens de tekst op een ansichtkaart van dit internationaal georiënteerde café met Véritable Bière de Pilsen, Echtes Pilsner Bier, Pravé Plzenské pivo. Uitbater van dit bierhuis was Antoine Trojan. Op de briefkaart is het interieur van het café te zien, vol met klandizie, met op de achtergrond een hoge wand van kunstrotswerk.

Antwerpen

Castel del Vina met poort en fontein, Sint-Mariaburg ( Antwerpen-Be, Antwerpen) [Archief Breesgata]

Sint-Mariaburg, Castel del Vina of kasteel van Zotte Rik

In het noorden van de Scheldestad werd aan het eind van de negentiende eeuw op de Katerheide de wijk Sint Mariaburg gebouwd. Initiatiefnemer was Antoon van den Wey(n)gaert (of Wijngaart), de vermogende eigenaar van Antverpia vezekeringen. Hij verplaatste zijn bedrijf naar Sint Mariaburg, voorheen een rustig stukje heide en landbouwgebied aan de noordelijke stadsrand van Antwerpen. Floris Verbraecken, architect en landmeter, bekend als ontwerper van vele herenhuizen in Antwerpen in allerlei neostijlen, hielp Van den Weygaert bij de planning van Sint Mariaburg. Het moest een aantrekkelijk ontspanningsoord worden voor welgestelde burgers uit Antwerpen. Er kwam een zwembad en overal verrezen villa’s in cottage- of chaletstijl en vrijwel elke andere eclectische vormgeving. Het meest opvallende gebouw van Sint Mariaburg was Castel del Vina, ook wel aangeduid als het Kasteel van Zotte Rik. Rik verwijst naar Hendrik, Henri in het Frans. Henri van den Weygaert was de zoon van Antoon. Hij stond bekend als excentriek, was korte tijd uitgever van de Gazet van Mariaburg, produceerde prentkaarten en rommelde ook nog wat aan als aannemer. In november 1900 werd er een prijs uitgeloofd voor degene die de mooiste vlag voor Sint Mariaburg zou ontwerpen. Henri van den Weygaert, toen zeventien jaar, won de prijsvraag (ja, als je vader overal de baas is…).
In 1907 trouwde Henri met Aline Schreiber, een Française. Het Castel del Vina werd gebouwd aan de naar hem vernoemde Henrilei, met een fontein, een ophaalbrug en een poort aan de straatkant. En, zoals gebruikelijk bij een middeleeuws kasteel – ook al is het een namaakversie – , was er een gracht rondom en waren er te pas en te onpas kantelen en grote of kleinere torens, rond of vierkant, aangebracht op de ‘veste’. Het kasteel is nog een tijd in gebruik geweest als kolonie voor Oorlogsweezen [sic] (WO I). In 1978 werd Castel del Vina met de grond gelijk gemaakt.
Minder bekend is de folly die Henri van den Weygaert in de tuin van zijn Castel liet plaatsen, naar een ontwerp van de al eerder genoemde architect Florent Verbraeken. Het gaat om een Ontwerp voor een Kapel met grot uit 1912. De kapel was boven op de grot gebouwd; langszij liep een trap omhoog. De combinatie van grot met kapel is niet ongebruikelijk. Andere voorbeelden zijn: Heikants Kapel in Arendonk en de Alvernorots in het Mariapark Onze Lieve Vrouwe Meersel-Dreef (beide in de provincie Antwerpen).

Genval

Schijnruïne in Jardin de la Hètraye (Waals-Brabant-Be, Genval-les-Eaux)

Schijnruïne van Jardin de la Hètraie in Genval-les-Eaux

Eveneens naar middeleeuws voorbeeld en geheel onbekend is de schijnruïne- die, waarschijnlijk aan het begin van de twintigste eeuw, de Jardin de la Hètraie sierde in Genval-les-Eaux, ten zuidoosten van Brussel. Volgens de tekst op de oude briefkaart gaat het om de Pont rustique. Er zijn resten van muren te zien, sterk overgroeid met klimop, zoals het ook hoort bij een ruïne. Tussen het gebladerte zijn smalle poorten onder ronde bogen te zien, die naar alle waarschijnlijkheid naar de rustieke brug leidden. Deze opzet is vergelijkbaar met die van de Pont Tremblant in het nabijgelegen Limal, die ook niet meer bestaat (zie PF 33, ‘Tabula Memoriales’). De schijnruïne moet onderdeel zijn geweest van een van de vele villatuinen die in Genval werden gebouwd voor de welgestelde burgerij. De rijken ontvluchtten, vergelijkbaar met hun soortgenoten in Sint Mariaburg, de stad – in dit geval Brussel – en schiepen hun eigen illusies in hun privé-domein.

Hoogstraten

Zwanenhuisje met cementen brug, Pensionaat Ursulinen (Antwerpen-Be, Hoogstraten)

Hoogstraten, Zwanenhuisje bij Pensionaat Ursulinen

Hoogstraten was een negentiende-eeuws katholiek bolwerk, ten zuiden van Breda, pal aan de grens met Nederland. Vele jongens en meisjes werden hier in hun jeugdige onschuld blootgesteld aan de Rooms-katholieke doctrine. In 1832 stichtten de Ursulinen van Tildonk er een klooster met een meisjespensionaat (later onderwijsinstelling ‘t Spijker); de stichter van de Ursulinenorde in België, pastoor Johannes Lambertz, werd geboren in Hoogstraten. Ongeveer gelijktijdig werd er in het plaatsje een Klein Seminarie opgericht voor jongens. Hoe het hier toentertijd aan toe ging is goed voorstelbaar aan de hand van dramatische passages in boeken van Hugo Claus en Gerard Walschap, en er was de laatste tijd ook veel over te doen op tv. Goddank werd er bij beide onderwijsinstituten een klein Engels park aangelegd, waar de jongelui even konden ontsnappen aan het strenge, stichtelijke internaatsleven. In 1854 werd begonnen met de aanleg aan de Lindendreef, die in 1876 en 1897 werd uitgebreid. In het park werd, zoals te verwachten, een calvarie geplaatst, maar langs de slingerpaden stonden eveneens seculiere tuinornamenten. Er bestaan meerdere afbeeldingen van groepen meisjes in lange, donkere jurken met een witte kraag, die voor en op een cementrustieke brug over een kleine vijver staan. Even verderop, pal aan het water, is een opmerkelijk groot Chalet des Cignes, Zwanenhuisje, geplaatst. Het bestaat uit een hoge, achthoekige en een lage, vierkante toren met een kleine ruimte daartussen. Vooral de spits op het veelhoekige torentje is sierlijk en steekt parmantig ver omhoog. Op een andere ansichtkaart uit het begin van de vorige eeuw is een groep kostschoolmeisjes te zien met een Ursuline zuster die zich in het Pavillon wijden aan  [l’] Etude des plantes, volgens het onderschrift op de kaart. Het is een merkwaardige rustieke folly, langgerekt en open, met imitatie- of echte boomstammen als pilaren onder één lang dak. Eenzelfde soort paviljoen, maar op groter formaat, werd omstreeks 1900 geplaatst in het park van de zusters Ursulinen in Sint Katelijne Waver, waar het werd gebruikt als picknickhal. En zowel in de parken van de zusters Ursulinen te Hoogstraten als die van Sint Katelijne Waver stond een Zwanenhuisje. De versie in Sint Katelijne Waver was eenvoudiger maar wel voorzien van kunstrotsen, en het stond midden in de Etang aux Cygnes. Het gebouwtje bestaat zelfs nog, maar moet dringend worden gerestaureerd. De tuin van het Ursulinenklooster te Hoogstraten is maar ten dele bewaard gebleven. Er moet nog een mooie houten duiventil staan van circa 1900.
Langszij het Aartsbisschoppelijk Seminarie in Hoogstraten bevond zich eveneens een klein park met slingerpaden, grasperken en een fontein. In een van de perken was een volière gebouwd rond een achthoekig torentje, met een sierlijk dak. Bovenop prijkte een spits, gelijkend op die van het Zwanenhuisje van het nabijgelegen Ursulinenklooster. Mogelijk heeft men in de katholieke onderwijsinstituten van Hoogstraten en Sint Katelijne Waver van de diensten van dezelfde tuinarchitect gebruik gemaakt.

Annevoie

Tot slot nog de vondst van een hermitage in de Waalse tuinen van Annevoie. Meulenkamp (Follies,  1995) vermoedde al dat er een kluis had gestaan. Bij deze is het bewijs geleverd aan de hand van twee oude prentbriefkaarten uit circa 1900. Op de ene kaart is de hermitage te zien, met een man in de deur, mogelijk de kluizenaar. De kluis ziet eruit als een grote rustieke kapel, opgebouwd van steenbrokken en hout. Op een andere ansichtkaart is de kluizenaar, genaamd Frère Jacques, te zien. Hij heeft een baard en is gekleed in een pij, met een kap over zijn hoofd. Zijn handen bladeren in een boek, standaard attribuut van een kluizenaar. Of is het een (mechanische) pop?

Frère Jacques, kluizenaar, Tuin van Annevoie (Namen-Be, Annevoie-Rouillon)

Annevoie, kluizenaar Frére Jacques

 

Bronnen:

  • W. Meulenkamp, Follies, Antwerpen, 1995, p. 206 (Annevoie).

Meer informatie over restaurants met rotswerk is te vinden in A. Nuijten, ‘Cementrustiek, een internationaal verschijnsel, deel I‘, in: PorteFolly, nr. 43, 2016 (onder ‘Horeca en vermaak’), p. 18-21; en van dezelfde auteur ‘Follies en vermaak tijdens de Belle Epoque’, in: PorteFolly nr. 34, p. 20 en 21, (onder ‘Le Casino’).

Dit artikel is eerder gepubliceerd in PorteFolly nr. 38, 2013, pp. 42-46, (aangevuld met meer recente informatie, d.d. oktober 2017).

pagina laatst bijgewerkt: 23-11-2017

Foto’s:


<== Tabula Memoriales