Baarnse eigenaardigheden

 Auteur: Anton Nuijten

Al het schone der natuur
Pronkpaleizen, boerendaken,
Weiland, zee en landvermaken…
O! Gy moogt uw reizen staken;
Hier vindt ge alles in een uur.

(Fragment uit Pieter Pypers, Eemlandsch Tempe, 1803, over Baarn)

Villa Peking, ets, 'Eemlandsch Tempe', 1803 (Utrecht, Baarn) [Coll. Het Utrechts Archief]

Villa Peking, “Eemlandsche Tempe” (1803)

Er bestaat een vergeten wereld van talloze follies en tuinsieraden die vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw tot in de twintigste eeuw, in binnen- en buitenland, zijn gebouwd. Het is een vrijwel onmogelijke opgave deze wereld in zijn geheel te reconstrueren. Maar het is van belang de verloren gegane (of soms verloren gewaande) tuinornamenten weer zo veel mogelijk op de kaart te zetten. Aan de hand van oude beschrijvingen en beeldmateriaal kunnen inmiddels verdwenen tuinen en follies weer tot leven worden gewekt.
Voor een tuinhistoricus is het niet zozeer de vraag, wat staat er? Eerder dient hij of zij zich de vraag te stellen, wat stond er? Meestal is er sprake van een leemte of een verwrongen werkelijkheid, veroorzaakt door het voortschrijden van de tijd. Een gezichtspunt in een tuinaanleg uit 1800 kan geheel verdwenen zijn of overgroeid; de Chinese tempel van weleer bestaat alleen nog in een oud reisverslag, een mislukte restauratie…
Zo is het ook met Baarn. Men vindt er aan alle kanten uitgestrekte bosschen… Men vindt er rijke buitenplaatsen, wedijverend in plantsoen en bloemenschat…. En verder in de woorden van Dominee Jacobus Craandijk (1834-1912), op een wandeling door Baarn:

Veel kunnen wij genieten, ook al moeten wij een keus doen, waar alles te genieten alleen hem gegeven kan zijn, wien ‘t aan geld evenmin als aan tijd, aan gezondheid evenmin als aan opgewektheid ontbreekt, om den vollen beker van het schoone, door natuur en kunst hier zamengebragt tot de bodem toe te ledigen (1).

Wat zag Craandijk aan het eind van de negentiende eeuw in Baarn? Het was toen nog weinig meer dan een dorp. Maar met de aanleg van de Oosterspoorweg, geopend in 1874, kwam er een stroom van welvarende stedelingen naar Baarn om te genieten van …een heerlijk oord, dat voor togten en rijtoeren een menigte van gelegenheden biedt. En al eerder werden er in deze rustige, landelijke omgeving buitenhuizen gebouwd door rijke kooplieden uit Amsterdam.

Eigenaardigheden

't Sineese Huis Peeking, Anoniem, ca. 1800 (Utrecht, Baarn) [Coll. Het Utrechts Archief]

‘t Sineese Huis Peeking

Wie zou denken dat er in het keurige, voorheen zelfs als deftig, wat stijf, zelfs als groengraf en doods omschreven plaatsje Baarn meerdere follies staan of stonden? Craandijk vervolgt met:

Een aantal buitenverblijven zijn er… verrezen. Wij zien er, die door eenvoud en smaak een’ aangenamen indruk maken. Wij zien er, die van weelde en rijkdom getuigen. Wij vinden er een enkel in onmogelijken stijl, een half Italiaansch, half Zwitsersch huis, met gekanteelden toren en ornamenten die aan Egypte herinneren. Wij vinden er ook een soort van middeleeuwschen burgt, met smaakvolle torens, die een niet onaardige vertooning maakt, al is ‘t hier misschien ook minder eigenaardig.

Tegenwoordig zouden we deze buitens gehuld in eclectische, rustieke of exotische bouwstijlen aanduiden als follies of folly-esk. Craandijk is enigszins verwonderd. Naar zijn mening zijn de niet nader genoemde buitenhuizen en/of tuinsieraden die hij op zijn pad vindt, in een onmogelijken [sic] stijl opgetrokken; maar hij gebruikt er ook positieve aanduidingen voor als smaakvolle en niet onaardig. Blijkbaar is men in Baarn ook wel wat gewend en is een afwijkende bouwtrant hier niet ongewoon (minder eigenaardig) en ook wel modieus.
De schrijver is zich er terdege van bewust dat hij wandelend door het Baarnsche bosch wordt geconfronteerd met zowel nog bewaarde voorbeelden van de Fransche stijl als die in de trant van de nieuwe – Engelsche – aanleg. Zeer diplomatiek beschrijft Craandijk de merites van zowel de oude als nieuwe stijl.
Uiteraard gaat onze belangstelling uit naar de Engelse landschapsstijl met bijbehorende tuinornamenten en de vele voorbeelden van negentiende-eeuwse villa’s in neo-, chalet- of exotische stijl.

 

Van Zwitsers tot  Chinees

Stationsgebouw, ca.1910 (Utrecht, Baarn) [Coll. A. Nuijten]

Het oude station van Baarn (ca. 1910)

Craandijk prijst eerst het oude station van Baarn:

Het stationsgebouw is hier uitstekend op zijn plaats. Als de halte voor een aanzienlijk dorp en een aan natuurschoon rijke landstreek, vereenigt het in zijn’ bouwstijl zoowel de trekken van het aristokratisch, als van het landelijk karakter van het oord; zoowel iets grootsch als iets vriendelijks heeft het, met zijn breede trappen en zijn overhangend dak. Ruime restauratiezalen en kleiner vertrekken voor gezelschappen, breede veranda’s en terrassen, eene afzonderlijke Bierhalle met een uitgestrekt omrasterd terrein er om heen, geven aan talrijke bezoekers gelegenheid, zich vóór de wandeling het hart te sterken, of na den togt van de vermoeienis te herstellen.

Het station heeft ook een aparte wachtkamer voor de koninklijke familie, die dichtbij het Paleis Soestdijk bewoonde. De buitentrap, die via een loggia naar het voormalige café-restaurant op de eerste verdieping leidt, is een rariteit in de Nederlandse stationsbouw. De geornamenteerde, gezaagde dakranden creëren het chalet-effect. Het station, dat vroeger Hollands Spoor heette, werd in 1873-’74 waarschijnlijk gebouwd door de architect A.L. Van Gendt (1835-1901), die ook het Concertgebouw in Amsterdam heeft ontworpen. De zogeheten bierhal stond naast het stationsgebouw, was voorzien van een luifel en had eveneens een sierlijke dakrand. In 1956 werd dit pand gesloopt (2).
Dan volgt een korte beschrijving van twee van de meest exotische, chinoiserie follies in Nederland:

Kiezen wij een der zijpaden regts, dan komen wij voor Peking langs en voorbij Kanton in het dorp. Zooals duizenden weten, en wie het niet weten, ligtelijk vermoeden, zijn Peking en Kanton twee aanzienlijke heerenhuizen in Chineschen trant. Zij behooren tot de eigenaardigheden van Baarn. Met hun grillige daken, hun heldere, scherp afstekende kleuren, – rood en wit en groen vooral, – hun vergulde klokjes en spitsjes, hun wonderlijke versieringen, kunnen zij der kritiek stof genoeg geven, maar zooveel is zeker, dat zij er regt levendig uitzien. Peking en Kanton dagteekenen… uit het begin dezer eeuw. Door Reinhard Scherenberg zijn zij gebouwd. Joan Melchior Kemper had jaren lang het eerste, het fraaiste en gunstigst gelegene, in huur.

Een latere schrijver, T(eunis) Pluim, vult in zijn Gids van Baarn uit 1924 aan:

Villa Oud Peking (Utrecht, Baarn) [Coll. Anton Nuijten]

Villa Oud Peking

Reinhard Scheerenberg [sic]… rijk geworden door de handel op China, kocht dit terrein en liet er [gedeeltelijk] van echt Chineese materialen een Chinees huis bouwen, dat hij den naam ‘Peking’ gaf. Blijkens den gedenksteen aan de achterzijde legde hij den eersten steen op 9 augustus 1791. Ook… ‘Canton’ werd twee jaar later in Chineese stijl gebouwd. Beide huizen waren steeds een bijzondere attractie voor de vreemdelingen [dagjesmensen, wandelaars]: men scheen plotseling in het Chinees Rijk verplaatst te zijn. Maar hoe merkwaardig de beide huizen ook waren, practisch konden zij niet genoemd worden (3).

Zo zou de verwarming niet deugdelijk zijn en konden de bewoners enkel via een buitentrap de slaapvertrekken bereiken. Dit wordt althans beweerd door Prof. J.A. De Rijk in zijn Wandelingen door Gooi en Eemlanden en Omstreken uit 1905, in navolging van Craandijk, die bijna 30 jaar eerder over Baarn schreef. Villa Peking … bleek…niet voor winterverblijf geschikt,… zodoende werd het doodvonnis over het Chineese huis uitgesproken…, volgens De Rijk. In een voetnoot meldt de auteur daarbij:

Een fraaie afbeelding in kleuren komt van het oude Peking voor op het scherm van de Tooneelzaal in het hotel Velaars. De beide houten leeuwen, die bijna een eeuw lang van den nok af zoo grimmig op het publiek neerzagen, liggen thans voor een boerderij… alsof zij daar als een paar bulhonden de wacht hielden.

Villa Canton (Utrecht, Baarn) [Coll. Anton Nuijten]

Villa Canton

De Rijk noemt Canton en Peking de trots van Baarn. Over Canton meldt hij nog:

…het maakt een vreemden indruk, in het moderne Baarn zulk een Chineeschen bouwstijl te ontmoeten. De schelle roode, paarse en witte kleuren zouden u op den duur niet voldoen, maar als merkwaardigheid is deze villa zeker éénig in ons land en de Baarnaars zouden haar niet graag willen missen. Het had anders weinig gescheeld, of voor enkele jaren was ook ‘Kanton’ [sic] onder den sloopersmoker gevallen. Gelukkig [werd]… de reeds vervallen Chineese huizinge… gerestaureerd en bleef zoodoende behouden (4).

In de hoogtijdagen van de villa’s – aan het eind van de achttiende en begin negentiende eeuw – ontving Reinhard Scherenberg regelmatig bezoekers in zijn Chinese verblijven. Het is bekend dat de schilder Jan Frederik August Tischbein (1750-1812), die in 1790 te Amsterdam verbleef, Scherenberg regelmatig opzocht en vergezeld van …zijn schoone echtgenoot soms lang verbleef…bij den Heer Scherenberg, die in Gezantschap naar China was geweest, en daarom, tot een aandenken, deed bouwen de Chinesche landhuizen Canton en Peking, bij het Vorstlijk buitenverblijf Soestdijk gelegen…(5).

Villa Canton en Peking, 1780-1820, reproductie (Utrecht, Baarn) [Coll. Het Utrechts Archief]

Villa Canton en villa Peking (1780-1820)

Daarmee is de reden voor de bouw van de Chinese huizen verklaard. Tevens lijkt het erop dat de rijke koopman de bewoners van Soestdijk naar de kroon wilde steken.
Peking en Canton, doorgaans aangeduid als ‘villa’s’, werden in 1890 en 1910 afgebroken. Een aquarel uit het eind van de achttiende eeuw toont beide follies nog in volle glorie, te midden van een park, aangelegd door E. Temminck: een uniek voorbeeld van anglo-chinese tuinaanleg in Nederland. Er bestaat ook nog een tekening uit 1841 van Canton en meerdere boekillustraties met vroege afbeeldingen van Canton en Peking. Op een van deze illustraties is villa Peking, met zijn twee bouwlagen, van veraf te zien, deels verborgen achter een dicht bebost heuveltje. Op de voorgrond een bruggetje met eenvoudig Chinees latwerk over een vijver. Op een andere afbeelding zien we dezelfde villa vanaf de zijkant door een brede opening tussen bomen (6). De tuin was aangelegd op licht glooiend terrein met groepen van bomen en slingerende paden. Niets resteert meer van het oorspronkelijke aanzien, behalve genoemde illustraties.

De aanleg werd bejubeld door de Amersfoortse dichter Pieter Pypers (1748-1805) in zijn belangrijkste werk Eemlandsch Tempe, of Clio op Puntenburch; landgedicht uit 1803:

Is het een droom? Kan het waarheid wezen?
Zijn wy in het landschap der Chineezen?
Welk een konst verbaasd ons hier!
‘k Ben beneveld by het aanschouwen
Van die vreemde praalgebouwen
Die elk opgetogen houen
Door hun trotse pracht en zwier (7)

In 1802 richt Scherenberg een tapijtfabriek op in Baarn en bouwt hij het herenhuis Schoonoord aan de Faas Eliaslaan. Zes jaar later verkoopt hij het herenhuis aan de directeur van zijn fabriek, P.J. Saportas (8). In de koopovereenkomst wordt vermeld dat de tuin zeer amusante wandelwegen en statige lanen zou hebben. Tevens zou er een visvijver zijn, aangelegd in Zwitserse stijl en een nieuwe koepel in Chinese stijl. De koepel heeft tot 1932 de tuin van Schoonoord gesierd. In het begin van de twintigste eeuw werd er nog een rond tuinhuis gebouwd met een kegelvormig dakje. Het geheel was draaibaar! Een kleine schuur, gebouwd aan het eind van de negentiende eeuw – nu rijksmonument – lijkt op een tent, onder andere door het banenpatroon op de wanden.
Scherenberg woonde zelf tot 1806 in villa Peking. Het liep uiteindelijk slecht met hem af. Volgens de overlevering zou hij verliefd zijn geraakt op een meisje van zestien. Hij trouwde met haar op aandringen van haar moeder. Deze spilzieke vrouw, madame Van Polanen, bracht de ooit zo rijke koopman uit Amsterdam ten slotte aan de bedelstaf. Hij was gedwongen beide villa’s te verkopen om de hypotheken die er op rustten af te kunnen lossen, en was dan nog niet uit de schulden. Scherenberg stierf berooid in 1834. Het is een jammerlijk eind voor een bevlogen, kunstminnend man, die het dorpse Baarn aan het eind van de negentiende eeuw omtoverde in een exotisch lustoord. Hier konden de eigenaar en zijn bezoekers zich (tijdelijk) in het landschap der Chineezen wanen, zoals dat alleen voorbehouden is aan oprechte romantici. (9).

Ruïnebruggen

Ruïnebrug, van onderaf, met dames (Utrecht, Baarn) [Coll. A.Nuijten]

Ruïnebrug met elegant geklede vrouwen.

Verder laat Craandijk zich niet uit over andere eigenaardigheden, al dan niet in onmogelijken [sic] stijl te Baarn. Maar eind negentiende eeuw is er ook nog een andere bron van informatie beschikbaar: beeldmateriaal van foto’s en prentbriefkaarten. Opvallend is de ansicht met de zogeheten Ruïnebrug, al dan niet ingekleurd en met of zonder elegant geklede vrouwen, poserend bij, op of onder de brug. Hiervan zijn vele afdrukken gemaakt, vanuit verschillend perspectief. Nog steeds duiken ze op bij verzamelbeurzen of zijn ze via het web te koop. Het moet circa 1900 een populaire plek zijn geweest voor wandelaars, die via deze schijn-ruïneuze brug het spoor overstaken. De folly lag aan de Spoorweglaan, tegenwoordig de Gerrit van der Veenlaan, in een klein plantsoen op de kruising met de Willemlaan, naast het Ravijn, zoals de spoorweg die hier (nog steeds) tussen twee hoge hellingen loopt, vroeger werd genoemd.
Op de prentbriefkaarten is een kleine brug over een smalle, holle weg te zien, die oorspronkelijk via een klaphekje naar en over het spoor liep. Onder de ijzeren balustrade zijn maanvormige ramen aangebracht in de muur (rechthoekige ramen aan de andere zijde). De muren zijn ruw bepleisterd. De Ruïnebrug moet na de aanleg van het station en de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort in 1874 zijn aangelegd. Vermoedelijk stond er eerst zelfs een voorlopige, meer fragiele constructie, op ansichten aangeduid als Zwitsersche bruggetjes of  De drie bruggetjes, geheel opgetrokken uit boomstammetjes. De locatie van beide rustieke bruggen lijkt een en dezelfde. Prentbriefkaarten van de Zwitserse bruggetjes – vrij zeldzaam – zijn er al van voor 1906; van de Ruïnebrug pas na 1908 (voor zover mij bekend). Naar alle waarschijnlijkheid heeft de meer duurzame, stenen, Ruïnebrug de fragiele Zwitserse variant van hout vervangen. Maar daarmee is het verhaal nog niet ten einde. In de al eerder genoemde beschrijving uit 1924 van T. Pluim vermeldt de auteur: Hier [bij de spoorbrug] zijn…over een paar uitgeholde paden zoogen. [sic] Ruinebruggen gebouwd, die zeer schilderachtig aandoen (10). Volgens deze auteur zou er ook nog een tweede Ruinebrug zijn gebouwd. Bij gebrek aan verdere informatie zou dit vraagstuk onoplosbaar zijn. Maar het goede nieuws is dat de Ruïnebrug nog steeds bestaat en zich slecht zichtbaar achter het geboomte langs de spoorweg op de Gerrit van der Veenlaan verbergt. De folly is zelfs gerestaureerd! Bij onderzoek ter plekke blijkt dat het hier gaat om twee bruggen, met elkaar verbonden door een halfronde zitbank, vanwaar men uitkijkt over het spoor. De bruggetjes zijn gemaakt van baksteen, bedekt met een ruwe pleisterlaag, die het de ruïneuze indruk moest geven (hoewel ze misschien beter waren aangeduid als ‘rotsbruggen’). Onder iedere brug liep een smalle weg, al dan niet later voor de veiligheid gevuld met aarde. Verder omhoog langs het spoor blijkt dan, zoals Pluim vermeldde, inderdaad nog een ruïnebrug te liggen. Ook deze is ruw bepleisterd, soms zelfs gelijkend op tufsteen, en loopt over een weggetje. Bij dit exemplaar kan de wandelaar wel onder de brug doorlopen tot aan de rand van het Ravijn.
Wie de Ruïnebruggen heeft gebouwd is niet bekend. Vermoedelijk is dit het werk geweest van de in 1886 in Baarn opgerichte Vereniging tot verfraaiing van Baarn, die aan het begin van de twintigste eeuw plannen had voor de inrichting van de Boulevard, een smalle strook land langs de spoorweg.
Behalve de rustieke bruggen zijn er nog een of twee kleine tunnels geweest aan de Vondellaan, toen Dennenlaan, op ansichten aangeduid als grotje of Tunneltje in het bosch. De tunneltjes waren afgezet met ruwe blokken steen en liepen onder het spoor door. Ze zijn in 1922 gesloopt. De spoorwegovergang bij de Ruïnebruggen werd in 1911 gesloten.

Schijnruïne

Anthonij Browne, eigenaar Heuveloord, te paard (links op foto)

Anthonij Browne te paard (links op de foto)

Blijkbaar was omstreeks 1900 ruïneuze bouw, of wat daar voor moest doorgaan en mits nagemaakt, populair in Baarn. Meer dan honderdvijftig jaar heeft het geduurd voordat vanuit Engeland de romantische belangstelling voor de middeleeuwen (en nog oudere tijden) en bijbehorende architectuur de aanleggers van villaparken en hun eigenaren in Baarn inspireerde. Niet alleen kende het plaatsje toentertijd de Ruïnebrug, maar er werd in deze periode ook nog een opmerkelijke schijnruïne gebouwd. Onder de …groote schare, die er [in Baarn] in de 19ee eeuw voor korter of langer tijd  verkwikking in de heerlijke natuur zou komen zoeken…, moet ook een man genaamd Anthonij Browne zijn geweest. De naam verraadt Engelse komaf (11). Mogelijk vanuit deze achtergrond is hij een van de weinigen geweest die in Nederland een schijnruïne heeft gebouwd. In 1895 bericht de Eembode: De heer A. Browne alhier is eigenaar geworden der villa Heuveloord, gelegen aan den Eemnesserweg….
Verder is er weinig bekend over de heer Browne. Hij moet wel een vooraanstaand burger zijn geweest in Baarn. In 1901 werd hij bestuurslid van een commissie, opgericht voor de organisatie van een tentoonstelling van de Floralia-vereeniging [sic]. Nog geen jaar later werd Browne verkozen tot voorzitter van de eerder genoemde Verfraaiingscommissie. In 1906 volgt deelname aan het erecomité Ter voorbereiding van het groot nationaal muziekconcours. Maar nog in hetzelfde jaar overlijdt Browne op 22 april, 56 jaar oud. Hij ligt begraven op de Oude Algemene Begraafplaats aan de Berkenweg te Baarn. In 1907 wordt villa Heuveloord te koop aangeboden in de Amersfoortse Courant.

Schijnruïne Heuveloord (Utrecht, Baarn) [Coll. Anton Nuijten]

Ansicht: Ruïne Heuveloord

Er zijn mij slechts drie ansichtkaarten bekend, gedateerd circa 1900, 1905-1915 en 1905-1906. Zij laten alle drie de schijnruïne zien van de voorzijde, onder verschillende benamingen: Ruïne Heuveloord, Ruïnekoepel of Ruïne: villa Heuveloord. Het is een merkwaardige folly. Zo te zien lijkt het een restant van een toren. Voor – en zo te zien ook rondom – het tuinsieraad staan losjes gegroepeerde stukken rots, aan het eind van een gazon, langs een pad. Tussen de kleine rotspartijen door komt de bezoeker over enkele treden bij de ingang. Deze is gedeeltelijk afgezet met ruwe rotssteen en aan weerszijden van de deur een rondboograam. Hier zou men eerder een gotische puntboog verwachten – bij zo’ n ridderlijke nabouw. Aan één zijde – vergelijkbaar met de Uilentoren te Leersum, ongeveer tezelfdertijd gebouwd – loopt een stenen trap omhoog naar een terras. Het terras is afgezet met enkele kantelen, een venster aan de achterzijde en de restanten van een verbrokkelde muur. De ruïne was dus ook een belvedère, met de vlag in top, goed geplaatst op een kleine heuvel in een bosje van melancholische, donkere dennenbomen voor de dramatische toets. De mengeling van, zelfs tegengestelde, stijlen was aan het eind van de negentiende eeuw niet ongebruikelijk, eerder een pre. De folly lijkt in zijn geheel ook een kruising tussen kasteeltoren en grot.
Achter in de tuin stond  nog een eenvoudig rustiek prieel met een rieten dakje, naast een groot bloemperk. Meer is er niet te vinden over villa Heuveloord, zijn bewoners en de aanleg.
Behalve bovengenoemde follies stonden er nog meer van dit soort in Baarn. Mogelijk meer hierover in een volgend nummer van PorteFolly.

Noten:

  1. Alle citaten over Baarn en zijn architectuur, mits anders vermeld, zijn afkomstig uit: J. Craandijk, Wandelingen door Nederland, Haarlem, 3e druk, 1882, p. 53 -58.
  2. In 1898 werd het Buurtstation Baarn geopend, op ongeveer 100 meter afstand van het eerste station, aan de overzijde van de spoorweg, door de Utrechtsche Lokaal Spoorweg Maatschappij. Hiermee kwamen nog meer dagjesmensen naar Baarn. Het Buurtstation is het huidige Eethuys De Generaal. De historische uitleg van het Eethuys over het voormalige station is grotendeels onjuist. In 2014 is een ontwerp gemaakt door Vevap landschapsarchitectuur voor een Amaliapaviljoen/Theehuys Baarn, in een klassiek jasje gestoken, geïnspireerd op de oude Bierhalle en met de bedoeling het paviljoen aan de zuidzijde van het staionsplein te plaatsen. Tot nog toe, d.d. november 2017, lijkt daar niets mee te zijn gebeurd.
  3. Geciteerd uit: T. Pluim, Gids van Baarn, 1924. De schrijver was schoolhoofd in Baarn. De gids kostte f 0,75 en was bedoeld ter bevordering van het vreemdelingenverkeer. N.b.: de naam ‘Scherenberg’ wordt zowel met één als twee e’s geschreven of als Scherrenberg en Scherenburg.
  4. Geciteerd uit: Prof. J.A, De Rijk e.a., Wandelingen door Gooi, Eemland en Omstreken, Hilversum 1995, p. 163, 164.
  5. Geciteerd uit: Christiaan Kramm, De Levens en Werken der Hollandsche en Vlaamse kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van den vroegsten tot op onzen tijd, Amsterdam, 1857-1864, p. 1635. Overigens werd Peking ook wel Cleyn Peking genoemd.
  6. Er zijn enkele etsen uit 1773 van villa Peking van de hand van J. de Beijer Brink, vermoedelijk opgenomen als illustratie in: Pieter Pypers, Eemlandsche Tempe, of Clio op Puntenburch, uit 1803; een van de illustraties is ook te vinden in de wandelgids van J.A. De Rijk, Wandelingen door Gooi, Eemland en Omstreken, Hilversum 1905. Pypers was een dichter en toneelschrijver uit Amersfoort. Genoemd werk – een imaginaire rondwandeling – was zijn belangrijkste, een dichtbundel in twee delen. In 1804 werd het werk bespot. Pypers vond het een vuilaardig schimpschrift en trok zich de kritiek zo sterk aan dat hij er zwaarmoedig van werd en ziek. Hij overleed op 56-jarige leeftijd in 1805. Overige etsen en tekeningen van de villa ‘s zijn te vinden op www.oud-baarn.nl. De toelichting op deze site is summier en niet altijd betrouwbaar. Zie ook (de website van) Utrechts Archief: www.hetutrechtsarchief.nl. D.d. november 2017 blijkt de website www.oud-baarn.nl een geheel andere inhoud te hebben.
  7. Pieter Pypers, ibid.
  8. Volgens andere bronnen (Utrechts Archief) werd niet P.J. Saportas de nieuwe eigenaar van Schoonoord maar dhr. Le Jolle. Voor Schoonoord zie verder: R. Blijdenstijn e.a., Baarn, geschiedenis en architectuur, Zeist 1994; en Ronald Stenvert e.a., Monumenten in Nederland: Utrecht, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zwolle 1996, p.5. Volgens Stenvert cum suis werden er meerdere tuinhuisjes in Chinese stijl geplaatst en een oranjerie in 1880. Zie ook: Buitenplaatsen in Nederland: Buitenplaats Schoonoord.
  9. Bovendien zorgde Scherenberg ook nog voor werkgelegenheid en liet hij woningen bouwen voor de circa 300 arbeiders van zijn tapijtfabriek. Scherenberg had voor zijn tijd vooruitstrevende ideeën. Hij schreef o.a. Verhandeling aan de Hollandsche Huishoudelijke maatschappij, te Haarlem, over de vereischtens, welke bij het oprichten eener Fabriek gevordert worden om zich van een goed gevolg in zijne onderneming te kunnen verzekerd houden, Haarlem, 1807. Zie verder: H. Bronkhorst, Reinhard Scherenberg, ‘Een Verlichte Baarnaar’, in: Tussen Vecht en Eem, 14/3, 1969, p. 162-167.
  10. T. Pluim, ibid. Er waren in totaal tien spoorwegovergangen in Baarn circa1900; vrijwel alle zonder enige vorm van beveiliging.
  11. Anthonij Browne is een nazaat van Thomas Browne, geboren in 1684 te Norwich, Engeland en gestorven in 1718 te Rotterdam. Anthonij Browne werd geboren te Rotterdam. Zijn geboortedatum is niet bekend.

Literatuur / bronnen:

  • Beeldmateriaal uit: Het Utrechts Archief (oude ansichten, tekeningen), eigen verzameling van oude ansichtkaarten en op internet te vinden oude ansichten:  http://www.inoudeansichten.nl/ansichten/g3201-baarn.html.
  • Blijdenstijn e.a., Baarn, geschiedenis en architectuur, Zeist, 1994.
  • Blijdenstein e.a.: Baarn, Architectuuronderzoek, in opdracht van de gemeente Baarn, uitgevoerd door Bureau van Stedebouw ir. F.J. Zandvoort bv en R. Blijdenstein, Amersfoort, 1979.
  • R.J. Van der Maat, Y. van den Akker, T.B. Biermans, Van Baerne tot Baarn, Baarn 1999 (jubileumuitgave Historische Kring Baerne).
  • Carla S. Oldenburger-Ebbers, De Tuinengids van Nederland, Rotterdam, 1989.
  • Pluim, Gids van Baarn, 1924.
  • Prof. J.A. De Rijk e.a., Wandelingen door Gooi, Eemland en Omstreken, Hilversum 1995 (uitgave van Gebroeders Klene).
  • Ronald Stenvert e.a., Monumenten in Nederland: Utrecht, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zwolle 1996.
  • Eric Blok, Caroline Brouwer, Klaas Bomert en Roland Blijdenstijn, Het Baarnse Bos een vorstelijk wandelpark, Utrecht 2007.
  • Stichting Groenegraf – Historische informatie over Baarn [ook wel genoemd: Het Groene Graf] en omgeving: Stichting Groenegraf.nl

Dit artikel is eerder gepubliceerd als ‘Tabula Memoriales, Baarnse Eigenaardigheden, deel I’ in: PorteFolly nr.35, 2011, p. 35-42, en bijgewerkt met meer recente informatie, d.d. november 2017. Een tweede deel over Baarn en zijn eigenaardigheden is tot nog toe niet verschenen in PorteFolly (of enig ander blad).

pagina laatst bijgewerkt: 23-11-2017

Foto’s:


Meer Informatie:


<== Tabula Memoriales