Rustieke Architectuur

Rustieke woning(Antwerpen-Be, Bouwel) [Foto: Anton Nuijten]

Rustieke woning tegenover Hof te Bouwel (B)

Rustieke bouwwerken hebben een eenvoudig, natuurlijk aanzien, bedoeld om een sfeer of de schijn van landelijkheid te bewerkstelligen. Dit geldt met name voor de ongekunstelde, vaak primitief ogende bouwsels in tuinen of parken. Om een dergelijk voorkomen te bereiken worden ruwe, onbewerkte materialen gebruikt zoals boomstammetjes en takken. In deze trant zijn veel sierbruggen, hutten, theehuisjes of hermitages (van knuppel- of kneppelhout) in tuinen geplaatst. Vooral op stadspleinen of in gemeenteparken zijn tientallen muziektenten opgericht met een rieten dak, ondersteund door boomstammen en een balustrade van takken of boomstronken. En dan zijn er nog de talloze maaksels in de chaletstijl, de landelijk uitziende gebouwtjes en villa’s binnen of buiten het park (veelal met een rieten, overstekend dak en gezaagde dakranden). Ook de primitieve bouwwijze van megalithische tuinornamenten (dolmen, druïde-altaren) kunnen onder de noemer ‘rustiek’ worden gebracht.

Plafond hermitage Vijversburg (Friesland, Tietjerksteradeel) [Foto: Hetty Wilming]

Hermitage Vijversburg heeft een plafond van touw

De sierkluis is bij uitstek een rustiek bouwtype. Bij voorkeur staat zo’n gebouwtje op een verborgen plek in het park, onder meer in de vorm van een fraaye grot, onder een berg geheel met Mosch bedekt en waar uyt men door een venster op een beek met springende fonteyn ziet; dees grot is zeer somber en afgeleegen. De kluis kon ook een eenvoudige hut van teenwerk en boomstronken met rieten dak zijn of een degelijkere bouw met muren van steen. In Magazijn van tuin- sieraeden van Gijsbert van Laar, uit 1802, staan meerdere afbeelding van een sierkluis. Pl. CLXXXII toont een kluizenaar in zijn eenvoudige onderkomen met zijn gebruikelijke attributen: een bijbel en een doodskop. Soms werd er iemand ingehuurd om voor kluizenaar te spelen of er werd in plaats daarvan een mechanische pop in de kluis geplaatst. Dit laatste was bijvoorbeeld het geval bij de hermitage op Fogelsanghstate, Veenklooster, in Friesland. De hermitage staat er nog, de pop is verdwenen. Andere nog bestaande sierkluizen zijn te vinden in Elswout, Overveen,  Velserbeek, Velsen, op Vilsteren en Vijverburg, Tietjerk, waar het plafond van een binnenruimte is versierd met een patroon van dik touw. Een ander fraai plafond is aangebracht in de toren van de Rocher te Attre; de hermitage ter plekke is vernield. Een andere substantiële hermitage in België, stond ooit in de tuinen van Annevoie en werd bewoond door Frère Jacques, afgebeeld op een ansichtkaart van circa 1920, maar is evenmin bewaard gebleven.

Met name Belgische kiosken of muziektenten, zoals in Sint-Truiden en Hoeselt, en het huis tegenover Hof te Bouwel zijn toonbeelden van de rustieke architectuur, evenals de grote, langwerpige (picknick) Hall op het terrein van het Ursulineninstituut in Sint-Katelijne-Waver.
Tuinhuizen, villa’s of andere bouwvormen in Zweedse, Noorse, Finse, Russische, Duitse of  Zwitserse stijl, en ook de vakwerk- of cottagestijl kunnen ook als rustiek worden aangemerkt. Een tuinhuis op landgoed Het Schol te Wilp bij Deventer lijkt geïnspireerd op de Russische dacha (of is het toch meer Zwitsers?), zo ook de tramremise uit 1884 van de architect Abraham Salm in Amsterdam; diens wachthuisje voor de stoomtram naar Nijmegen, het zogenaamde Salmhuisje, later verplaatst naar Beek, is niets anders dan een mini-chalet. Scandinavische stijlelementen zijn duidelijk te herkennen in het Noorse chalet van Val Duchesse (Hertoginnendal) te Auderghem, België en in Nederland bij Huis de Viersprong, Naarden en jeugdherberg De Haar, Gorsel. In verschillende andere Belgische parken staan/stonden ook nog rustieke chalets: in Le Roeulx (op een eilandje), Citadelpark, Gent (op grot met waterval, verdwenen) en het Chalet Suisse (boven een afgrond) in het fameuze parkbos van Attre. Het niet meer bestaand, rustieke boerderij-complex in Brasschaet, de Kruishoeve was een rustieke ‘tour de force’ (met veel vakwerk), evenals het Parc Robinson, met allerlei boomhutten, tot vermaak van de Parijse burgers.

Mini Stonehenge (Noord-Brabant, Loon op Zand) [Foto: Hetty Wilming]

Een mini Stonehenge in Loon op Zand

In tegenstelling tot rustieke architectuur zijn megalithische follies tamelijk zeldzaam. Het Bois Joly, met zijn dolmen, menhir en amorfe steenhopen was een toonbeeld van deze primitieve stijl. Het werd aangelegd circa 1860 in opdracht van de bankier en amateur-archeoloog Eduard Joly. Er resteert nauwelijks meer iets van. In Engeland is de Stonehenge-navolging van William Danby te Ilton, Yorkshire een bekend voorbeeld. In Eben-Emael, onder Maastricht net over de grens met België, bevindt zich de duistere Toren van de Apocalyps, met in de tuin een steencirkel van monolieten. Een soortgelijke cirkel te Ukkel in het Foret des Soignes, opgericht als gedenkteken voor acht boswachters, staat er nog niet lang. In het buitengebied van Loon op Zand, in een privé-tuin, is recentelijk een steencirkel in miniatuur aangelegd.

Cementrustiek

Kloostertuin Serra do Pilar (Portugal, Vila Nova de Gaia) [Foto: Hetty Wilming]

Kunstrotsen in het Julianapark, Utrecht

Een specifieke tak van de rustieke stijl is de zogeheten cementrustiek. Voor de uitmonstering van bouwwerken worden hierbij, in combinatie met een meer natuurlijk ‘aankleding’ van boomstammen of takken, of geheel zelfstandig, ook andere materialen, zoals rotswerk (rocaille), schelpen of beenderen gebruikt. Met gewapend cement (over gaas, baksteen of houten spanwerk) worden  natuurlijke materialen zoals rotsen, takken of boomstronken (faux-bois), touw en schelpen nagebootst.
Voorbeelden van cementrustieke constructies zijn de ondergrondse kunstgrotten van Hydepark te Doorn of het Boekenbergpark te Antwerpen, de (nep-)ruïnebrug te Baarn (Gerrit van der Veenlaan) en allerlei rotswerk van de firma Moerkoert in Nederland (bijvoorbeeld in het Julianapark te Utrecht) of de firma Janssen in Westermeerbeek (bij Antwerpen), die ook een serie Lourdesgrotten bouwde.

Schelpengrot Schoonbeek (Limburg-Be, Beverst) [ Foto: Anton Nuijten]

Magnifieke Schelpengrot, Schoonbeek

Een fraai voorbeeld van een religieus park met een dozijn aan cementrustieke bouwsels is het Arnolduspark in Tiegem; zelfs de preekstoel blijkt niet uit een boom te zijn gehakt, maar geheel van cement gemaakt. Een ander Belgisch voorbeeld is de magnifieke schelpengrot van kasteel Schoonbeek bij Beverst. Vervaardigers van dit soort rotswerk worden rocailleurs of rotswerkers genoemd of (m.n. in Vlaanderen) rotseerders. Deze vaklieden waren van oorsprong vaak stukadoor. Vanuit Noord-Italië  kwamen de rotswerkers in de negentiende eeuw naar Frankrijk. Zij stichtten hier ateliers voor cementrustiek. Deze vonden navolging in België en Nederland vanaf ongeveer 1880 (er zijn ook veel voorbeelden van cementrustiek te vinden in Portugal en Spanje maar niet of nauwelijks in Duitsland of Engeland).

Rustieke bouwsels van cement komen in diverse vormen voor, zoals: grotten, cascades, kiosken, bruggen, trappen en rotspartijen.