Restauratie oude hofstede in zicht

Hofstede Batestein te Woerden, verleden en toekomst

De sluitsteen van Hofstede Batestein dateert het pand: 1852

De hofstede op het landgoed Bredius, voorheen Batestein, dateert uit 1852. Op 5 augustus van dat jaar werd de eerste steen gelegd door het echtpaar Cornelis Jan Bredius (1804 -1873) en Hendrica Johanna Gijsberti Hodenpijl (1801-1870), zoals valt te lezen op de sluitsteen van een raamomlijsting op de boerderij aan de kant van de vijver.

Hofstede Batestein na de brand in 2008

De hofstede Batestein voor de brand, Woerden

Een uitslaande brand in 2008 verwoestte een groot deel van het pand. Jarenlang stonden de restanten er geblakerd en gehavend bij – geen reclame voor de gemeente die na een onteigeningsprocedure in 1970 in het bezit kwam van het landgoed en er een recreatieve functie aan toebedeelde. Vanaf de zeventiger jaren kwam de gemeente keer op keer met plannen om delen van het landgoed in te richten met bungalows. Deze plannen werden veelal met succes afgeweerd door de Kerngroep Bredius, die zich sinds 1973 inzet voor behoud van het domein. En gelukkig maar, want Bredius park – de huidige benaming – is een uniek voorbeeld van een veeteelt- en fruitbedrijf, zoals dat vanaf circa 1850 tot stand is gekomen en werd bestierd door de rijke familie Bredius, en waarvan een belangrijk deel nog bewaard is gebleven. De hofstede werd bewoond door de tuinbaas, die het bedrijf ter plekke leidde.

Een blad van de boekhouding familie Bredius (Archief RHC Rijnstreek en Lopikerwaard)

De familie Bredius ‘regeerde’ op afstand vanuit hun residentie in Schoten en later onder andere vanuit Amsterdam. In de zomer kwam de familie doorgaans wel naar hun landbouwbedrijf in Woerden, om er te genieten van de natuur en de rust. Zij logeerden dan op de Hofstede, en de tuinbaas met zijn veelkoppige familie verhuisde dan tijdelijk naar het belendende Zomerhuis annex wagenschuur. Beide gebouwen waren uitgevoerd in neogotische stijl, evenals een niet meer bestaand koetshuis. Met name de Hofstede had daarmee een meer voorname uitstraling dan een doorsnee boerderij. Daarnaast is er sprake van (beperkte) landschappelijke aanleg, met een vijver aan de voorzijde (een oud zandgat), waarlangs Atlas ceders zijn geplaatst. De Hofstede en het Zomerhuis vormen tezamen met het verdwenen koetshuis en de villa Rijnoord met bijbehorende theekoepel, die beide te midden van een klein park zijn geplaatst, een geheel, ter verfraaiing van het landgoed.

Lijst met vruchten geplukt op landgoed Bredius (Woerden)

Het is een goed voorbeeld van hoe een vooraanstaande familie van notabelen in navolging van de oude landadel in het midden van de negentiende eeuw grond kocht in de polder en er een buitenverblijf vestigde – niet alleen voor de sier maar vooral ook om de opbrengst van fruit- en veeteelt; of zoals het in 1832 al werd geïnventariseerd als land met: ‘bosch/hakhout, tuin tot vermaak, water als hooiland en weiland’. Zo werd toentertijd het praktische met het aangename verenigd, gebaseerd op een oude traditie in dezen.

Het is niet bekend wie de hofstede Batestein heeft ontworpen. Het wordt geclassificeerd als een langhuisboerderij en toont opvallende overeenkomsten met het eveneens in neogotische stijl, met de typische brede raamomlijstingen, gebouwde koetshuis en tuinmanshuis van Boschlust in het nabijgelegen Geestdorp. Met de eigenaar van dit landgoed, jonkheer Diderik Gregorius van Teylingen was Cornelis Jan Bredius bevriend; ze gingen samen vaker op jacht. In 1977 kreeg de hofstede de status van rijksmonument

De laatste telg van het Bredius geslacht die als enige permanent op de hofstede heeft gewoond, tussen 1947 en 1966, was Arnoldus Anthonie Bredius (1903-1982). Hij vond het te veel eer om in Villa Rijnoord te wonen; het statige landhuis in neoclassicistische stijl werd sinds de dood van de stamvader van het landgoed, Cornelis Jan Bredius, in 1873 verhuurd.

Arnoldus Bredius met zijn hond. Foto genomen op Landgoed Bredius Woerden (bron: Theo Jansen)

Arnoldus was landbouwkundige en theoloog en vooral een tamelijk zonderlinge man met een grote afkeer van luxe. Hij was verzot op Byzantijnse kunst, trouwde met een Russische vrouw en reed door Woerden op een oude fiets zonder kettingkast met een klem aan zijn broekspijp, opdat deze niet tussen de ketting zou komen. Hij ging vaak gehuld in versleten kleding, maar kon bij gelegenheid er ook piekfijn uitzien, gekleed als een heer. Hij heeft de onteigening van landgoed Bredius een tijd lang aangevochten, maar moest de strijd uiteindelijk opgeven. Zijn verblijf met zijn vrouw op Hofstede Batestein te midden van het polderlandschap was voor hem, naast al het werk voor het boerenbedrijf, een idylle, waarvan hij genoot als een groot liefhebber van de natuur. Na de onteigening verhuisde Arnoldus naar kasteel Hernen in Gelderland. Hij stierf op een studiereis in juli 1982 aan een hartaanval op een strand in Durres, Albanië.   

In de nieuwe opzet van Hofstede Batestein wordt het pand uitgebaat door een plaatselijke horeca-ondernemer. Bij een rondgang over het oude domein, langs de boomgaarden en weilanden is de oude idylle nog voelbaar.

Bronnen:

‘Restauratie van hofstede Batestein is stap dichterbij’, Woerdense Courant, 22 februari 2017, p.3

E. van Keimpema en A. Nuijten, Landgoed Bredius in de polder Oudeland te Woerden, ongepubliceerde studie, 2014

Theo Jansen, Arnoldus Anthonie Bredius, Schetsen van een leven, Hernen 2010.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *