De rotspartij van villapark ‘t Loo bij Blaricum

Auteur: Jan Holwerda
Foto’s : Jan Holwerda

De rotsen bij villapark 't Loo (Noord-Holland, Blaricum) [Coll. Jan Holwerda]

De rotsen langs de Koningin Emmalaan en de Koningin Wilhelminalaan, bij Blaricum

Vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw ontwikkelde het Gooi zich tot een geliefde vestigingsplaats voor welgestelden uit Amsterdam. Een belangrijke aanzet voor deze ontwikkeling was de aanleg van de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort (1874). Villaparken met grote percelen en royaal opgezette villa’s kwamen tot stand, onder andere in Hilversum en Bussum. De aanleg van diverse lokaalspoorlijnen, tramlijnen en paardentramlijnen ontsloot vervolgens ook andere gebieden in het Gooi voor villabouw (1). Ontwikkeling van villaparken beoogde ook de in 1902 opgerichte Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen ‘Crailoo’. Deze kocht de terreinen van het landgoed Crailo (Huizen) en startte met de ontwikkeling van twee kleinere villaparken: De Eng te Bussum en ‘t Loo te Blaricum (2). De eerste lag ten zuiden en de tweede ten noorden van de weg Naarden-Laren. Voor beide terreinen maakte de tuinarchitect Petrus Hermannus (Pieter) Wattez (1871-1953) van de firma D. Wattez een ontwerp (3). Bij villapark De Eng bleef de ontwikkeling eigenlijk beperkt tot de aanleg van de wegen. Maar villapark ‘t Loo kwam qua opzet conform het ontwerp tot stand. Half verharde, zeer ruim opgezette wegen werden aangelegd, wegbeplanting volgde en het terrein werd in percelen opgedeeld. Villabouw bleef echter zo goed als achterwege. Vijftien jaar later, in 1918, waren er slecht vijf villa’s gebouwd. De relatief slechtere bereikbaarheid van beide villaparken en de concurrentie van andere villaparken in onder andere het Gooi zal hieraan debet zijn geweest. Wat de bereikbaarheid betreft, beide parken waren dan wel aan de weg Naarden-Laren gelegen, met er langs de tramlijn Naarden-Blaricum, maar een directe verbinding met station Naarden-Bussum, en daarmee Amsterdam, ontbrak. Deze verbinding werd wel beoogd, maar kwam niet tot stand (4). Vervolgens had de Panic of 1907 en de daaropvolgende korte crises niet alleen op beide, maar alle villaparken een negatief effect, al was dat bij veel parken slechts enkele jaren. En niet lang daarna volgde de Eerste Wereldoorlog en was er ‘in de breedte’ jarenlang geen sprake van grote villapark ontwikkeling (5).
De Maatschappij tot Exploitatie van Bouwterreinen ‘Crailoo’ lijkt zich van meet af aan bewust te zijn geweest van de lastige concurrentiepositie. Een verkoopbrochure met een wervende tekst werd eind 1902, begin 1903, tezamen met ‘gezichten’ in een harde map uitgebracht (6). De laatsten betreffen foto’s van de villapark ontwerpen, foto’s van de aanleg van de wegen en ‘schilderachtige kijkjes uit het Gooi’ (7).

Ontwerp uit 1903 villapark 't Loo (Noord-Holland, Blaricum) [Coll. Jan Holwerda]

Ontwerp voor villapark ‘t Loo, door P.H. Wattez van de firma D. Wattez

In 1904 volgde de bouw van hotel, café-restaurant Paviljoen Crailoo, bij de entree van het villapark (8). Mogelijk ook om meer publiek richting het villapark te trekken. In dezelfde periode werd tevens een grootse rotspartij gecreëerd, ongetwijfeld ter prikkeling van potentiële kopers. Deze rotsen dateren van voor 1905, ze worden namelijk al in de in dat jaar verschenen publicatie Wandelingen door Gooi- en Eemland en omstreken genoemd. Te lezen valt:

Even verder hebben we weder een reusachtig steengevaarte, dat van verre gezien het vroeger bezochte z.g. hunnebed van de Vuursche in ons geheugen terugroept. Meer nabij gekomen, bemerken we, dat ook hier de natuur de leermeesteresse der kunst is geweest. Met behulp van verschillende werktuigen heeft men van steenen, die de grilligste vormen vertoonen, een fraai geheel weten samen te stellen, een rotspartij, welke, mede door de planten, die in de open vlakken zijn aangebracht, een verrassenden indruk maakt.’(9)

Dat ‘de natuur de leermeesteresse der kunst is geweest‘ maakt duidelijk dat de rotsen kunstmatig waren: ze waren opgebouwd uit gaas en met cement bestreken.
Een volgende contemporaine bron vormt het weekblad Onze tuinen. In een artikel onder de kop ‘Het steenpartijtje’ schrijft Van Eyndhoven in 1907 over rotspartijen in de particuliere tuin. Hierin spreekt hij ook over de rotspartij van ’t Loo:

En nu nog een enkel woord over kunststenen. Menigeen kent zeker wel de nieuw aangelegde rotspartij in “Craailoo” bij Bussum. … En ook de nabijgelegen rotspartij werkt op eenigen afstand imposant door de grootte der rotsblokken; nabij gekomen, komt men echter tot de ontdekking, dat alles slechts kunststenen zijn, want ze zijn zoo mooi rond en glad, dat dit zelfs den leek dadelijk opvalt. Ter overmaat van ramp vertoonen de blokken verschillende kleuren, wat het geheel nog onnatuurlijker maakt. Het spreekt van zelf, dat dan de illusie er af is, want eene rotspartij werkt slechts dán, wanneer ze zóó natuurlijk is nagebootst, dat ze echt schijnt. Men moet het op prijs stellen, dat de Maatschappij de bedoeling gehad heeft, iets moois te scheppen, doch wanneer men geene natuurware steenen aanwenden kan, dan is het beter geene rotspartij aan te leggen.’(10)

Rotsen bij Craailoo (Noord-Holland, Blaricum) [Coll. Jan Holwerda]

Rotsen bij Craailoo

Een jaar later spreekt De Eembode over ‘de bekende rotspartij‘ (11). Deze duiding past zeer goed bij de verschillende ansichtkaarten die in de beginjaren van de twintigste eeuw verschenen. Kaarten met benamingen als Rotspartij, Rotsen of Steenen. En op de Topografische Militaire Kaart uit 1910 worden de langgerekte rotspartijen al weergegeven, als ‘hellingen’; overigens laat de kaart ook de wegen en spaarzame bebouwing van ’t Loo zien.
De rotsen lagen langs de Koningin Emmalaan en de Koningin Wilhelminalaan en begrensden daarmee twee van de drie zijden van de driehoek die tussen beide wegen ligt. Ze lagen aaneengesloten over een lengte van wel 180 m. en stapelden hier en daar tot 3 à 4 m. hoog. Op het bewuste perceel werd een eerste huis pas net na 1970 gebouwd.
De naam van de rotswerker die deze grootse rotspartij creëerde is (nog) niet bekend. Er zijn wel lijntjes om tot denkbare namen te komen. De ontwerper van villapark ’t Loo is de al genoemde Pieter Wattez van de firma D. Wattez (12). Zijn vader Dirk Wattez maakte in 1881 een tuinontwerp voor de buitenplaats Villa Maria te Dordrecht (13). Hier bracht de rots- en rustiekwerker Franciscus Johannes Moerkoert sr. (1840-1914) voor 1886 een rotswerk tot stand, met een opening waaruit een waterval stroomde en eronder een grot met stalactieten (14). Daarmee is het lijntje villapark ’t Loo- Wattez-Moerkoert denkbaar.
Een tweede naam die zich opdringt is die van de rots- en rustiekwerker Jan Puik, van de firma Jan Puik & Co (15). De firma Puik zat in Hilversum en daarmee om de hoek bij Wattez te Bussum en villapark ’t Loo bij Blaricum.  In het al genoemde Wandelingen door Gooi- en Eemland en omstreken staat deze rots- en rustiekwerker Jan Puik overigens met een advertentie, maar ook dit vormt geen direct bewijs van zijn betrokkenheid.
Vandaag de dag is nog steeds een flink deel van de rotsen over een groot deel van de oorspronkelijke lengte te vinden, achter een hedendaagse afsluiting: oude kunststenen in de vorm van cement op gaas achter modern gaashekwerk en steenkorven.

Noten:

  1. Jannes de Haan, Gooische villaparken. Ontwikkeling van het buitenwonen in het Gooi tussen 1874 en 1940, Haarlem 1990.
  2. A.P. Kooyman-van Rossum en D.F. Winnen, Crailo. De geschiedenis van een landgoed, Huizen/Laren 1986, p. 26. De verkoop vond plaats op voorwaarde dat het eigenlijke landgoed Crailo pas na het overlijden van eigenaar Pieter Langerhuizen (1864-1918) in exploitatie genomen zou worden. De bouwgrondmaatschappij kreeg echter wel toestemming plannen te ontwikkelen voor ‘Het Loo’ en ‘De Eng’, stukken grond die buiten het oorspronkelijke landgoed lagen.
  3. Anoniem, Maatschappij tot exploitatie van bouwterreinen “Crailoo”, Bussum [1902], p.2
  4. De in 1904 opgerichte Centrale Tramweg Maatschappij faalde door problemen bij de aankoop van benodigde gronden. Nationaal Archief, Den Haag, toeg.nr. 2.18.07, Centrale Tramweg Maatschappij, 1904-1911.
  5. De Haan, p. 21-22, 26. https://nl.wikipedia.org/wiki/Paniek_van_1907.
  6. Anoniem, Maatschappij tot exploitatie van bouwterreinen “Crailoo”. Gezichten van uit en in de villaparken “De Eng” te Bussum en “t Loo” te Blaricum, Bussum [1902].
  7. Anoniem, Bouwterrein Maatschappij “Crailoo”, De Telegraaf 15 maart 1903, p. 5.
  8. Gebouwd in opdracht van de in 1903 opgerichte Maatschappij tot exploitatie van het hotel en café-restaurant “Crailoo”. Anoniem, Blaricum, De Gooi- en Eemlander: nieuws- en advertentieblad 11 november 1903, p. 1.
  9. J.A. de Rijk, Wandelingen door Gooi- en Eemland en omstreken, Hilversum 1905, p. 58.
  10. J.L. van Eyndhoven, Het steenpartijtje III, Onze tuinen 2 (1907) nr. 20, p. 403.
  11. Anoniem, Laren, De Eembode 8 augustus 1908, p. 5.
  12. De firma D. Wattez bleef tot 1906, de dood van Dirk Wattez (1833-1906), bestaan. Zoon P.H. Wattez werkte tot dan bij vader D. Wattez. Bonica Zijlstra, Nederlandse tuinarchitectuur. Tussen 1850 en 1940. II, [Amsterdam] 1987, p. 33.
  13. Regionaal Archief Dordrecht, Dordrecht, Collectie Dordracum Illustratum, inv.nr. 551_45012.
  14. [Heinrich] Witte, Een paar uren te Dordrecht, Sempervirens 15 (1886) nr. 23, p. 1. Witte geeft aan dat de heer Kwast de ontwerper is. Dit zal Cornelis Kwast zijn, boomkweker, tuinarchitect en toezichthouder op de openbare plantsoenen te Dordrecht.
  15. Er bestaan advertenties met rots- en rustiekwerker J. Puyk Hilversum (De Gooi- en Eemlander 3 september 1904), rots- en rustiekwerker J. Puik Hilversum (De Gooi- en Eemlander 9 november 1907) en fabriek van rustiekwerken (o.a. rotspartijen en kunstvijvers) J. Puik & Co (De Gooi- en Eemlander 2 oktober 1909).
pagina laatst bijgewerkt: 31-08-2017

Foto’s:


Meer informatie:


<== Inhoud PorteFolly 43